Een gesprek met een pelgrim
Oordeel jury: “Heel mooi hoe in dit verhaal niet alleen hoop en perspectief wordt geboden aan degenen die hulp krijgt, maar ook aan de brancardier die zelf hulp geeft en dat ook als heel hoopvol ervaart.”
Toen ik een jaar of 5-6 was kwam het weleens voor dat er bij ons een oppas in huis kwam als mijn ouders een feestje of verjaardag hadden. Het was een oudere vrouw die heel boeiend kon vertellen. Zij ging twee keer per jaar naar Lourdes met de Limburgse Bedevaart. Met de meibedevaart en de septemberbedevaart. Wanneer zij dan eens op ons mocht passen, vertelde ze heel bloemrijk over Lourdes en over Bernadette Soubirous.
Ik denk dan toen al de kiem werd gelegd om zelf ook eens naar Lourdes te gaan als ik volwassen zou zijn. Ik groeide op een in katholiek gezin en was vertrouwd met het kerkelijk leven. Toen ik de eerste communie had gedaan, werd ik misdienaar en dat voelde heel bijzonder. In de zesde klas deed de plechtige communie en ging vervolgens naar het voortgezet onderwijs. Bij ons in de parochie was het niet gebruikelijk om aan te blijven als misdienaar wanneer je van de basisschool af was. Net als de meeste jongeren ging ik door een periode heen, waarbij het geloof op een lager pitje kwam te staan. Ik ging wel naar de kerk, maar verder hield ik er geen geestelijk leven op na.
In 1982 zat mijn jongste broer in het leger vanwege de militaire dienstplicht. Hij mocht met de militaire bedevaart naar Lourdes en kon een introducé meenemen. Ik twijfelde geen moment en ik stelde voor om mee te gaan. Dat was de eerste keer dat ik met Lourdes in aanraking ben gekomen. Ik was onder de indruk wat er zich voor mijn ogen afspeelde. De processies, de baden, de eucharistievieringen aan de grot maar vooral de manier waarop er om werd gegaan met hulpbehoevende mensen maakte een diepe indruk op mij. Deze mensen vormden het hart van de bedevaarten. Ik zag brancardiers en andere helpers die zich belangeloos inzetten voor de medemens en de vreugde en blijdschap op de gezichten van zowel de pelgrims als hun helpers.
Voor mij was het duidelijk. Ik wilde ook bij die club horen. Toen ik thuiskwam, ben ik meteen op zoek gegaan naar een organisatie die hulpbehoevende pelgrims naar Lourdes begeleid. Zo kwam ik terecht bij de Brancardiersvereniging LBL en in 1983 kreeg ik voor het eerst de uitnodiging om als brancardier mee naar Lourdes te gaan. Inmiddels ben ik er meer dan 40 keer geweest en nog steeds voelt het als thuiskomen wanneer ik weer voor de grot sta in Lourdes.
Tijdens zo’n bedevaart gaan de gesprekken vaak snel de diepte in, en de vertrouwelijke gesprekken zijn vaak ingrijpend en hartverscheurend. Het kruis dat een pelgrim soms te dragen heeft daar word je stil van. Het enige dat je kunt doen is een hand op de schouder leggen, samen een Weesgegroet bidden of samen een kaarsje aansteken. Wanneer je als brancardier op bedevaart gaat, weet je dat je te maken kunt krijgen met mensen die het heel moeilijk hebben. Je stelt je daarop in maar dat is soms moeilijker dan je je hebt voorgesteld. Nooit heb ik erbij stilgestaan hoeveel het kan betekenen om een luistrend oor te hebben voor een pelgrim.
Vorig jaar kwam ik tijdens een bedevaart een pelgrim tegen die ik al enkele jaren niet meer had gezien. Deze pelgrim kwam naar mij toe en we begroetten elkaar hartelijk. Toen we samen op een rustige plek een kop koffie zaten te drinken, vertelde ze me dat ze jaren geleden door een heel donkere periode was gegaan. Ze zei: “Het was op dat moment dat ik op het punt stond in de Gave (rivier in Lourdes, red.) te springen dat ik jou ontmoette. Door jouw aandacht en bemoedigende woorden kreeg ik weer nieuwe levensmoed. Ik ben er dankbaar voor dat ik jou toen heb mogen ontmoeten.”
Voor mij was deze openbaring schokkend en tegelijkertijd gaf het mij een warm gevoel. Ik had niet gedacht dat een beetje aandacht zulke ingrijpende gevolgen in iemands leven teweeg kon brengen. In mijn beleving is het vanzelfsprekend om iemand een luisterend oor te bieden of een arm uit te steken naar iemand die daar behoefte aan heeft, daarvoor ben je immers katholiek. We krijgen allemaal (Matteüs 25:14-30) talenten waarmee we mee aan de slag kunnen. Blijkbaar heb ik het talent ontvangen om iemand een hart onder de riem te steken.
NB: Op de foto is Theo Cox te zien in gesprek met een willekeurige pelgrim in Lourdes en niet de pelgrim uit het verhaal.
Wat is jouw verhaal of
daad van hoop?
Heb jij een verhaal of daad van hoop dat anderen inspireert? Deel je ervaring en laat zien hoe geloof, liefde en doorzettingsvermogen het verschil maken. Stuur je verhaal in en verspreid hoop!