De ridder van de stilte

IMG 4131
Inge Mous

Oordeel jury: “Een mooi voorbeeld van hoe een ogenschijnlijk klein gebaar als een gesprekje met iemand aanknopen grote positieve gevolgen kan hebben.”

Het is een grijze novemberochtend als ik mijn fiets, of wat ervoor moet doorgaan, tegen de bakstenen muur van het buurthuis zet. De lucht ruikt naar regen en op deze plek staat de wereld, iedere week weer, even stil. Ik kom daar al maanden als vrijwilliger, elke vrijdagochtend. Niet voor de slappe automatenkoffie of voor de Café Noirkoekjes, maar om er te zijn voor diegene die door niemand meer wordt gezien. Als Tempelier is dat voor mij de kern van wat het betekent om ridder te zijn in deze tijd: dienen in stilte, geïnspireerd door geloof, gerechtigheid en barmhartigheid. 

Ik stap de ontmoetingsruimte binnen en zie hem meteen. Een nieuwe. De gedrongen gestalte van een man, gebogen zittend op één van de houten stoelen. Een verweerde jas hangt los rond zijn magere lijf en zijn vuile handen zitten vol eelt en littekens. Zijn ogen, bijna onzichtbaar onder zijn warrige haardos, staren naar de grond. Alleen zijn hond, met een al even ruige vacht als zijn baas maar met zachte ogen, beweegt even zijn staart. Ik schenk koffie in de witte kopjes met de al even witte schoteltjes. Ik leg twee klontjes suiker op zijn schoteltje en een kuipje melk. Ik kijk naar hem en leg er nog een klontje en een kuipje bij. Ik pak de koektrommel met Café Noir en zet alles op tafel. Dan ga ik naast hem zitten. 

IMG 5081

Zonder mij aan te kijken en zonder iets te zeggen doet hij de suikerklontjes en de kuipjes melk in zijn kopje en roert langdurig. We drinken onze koffie tot die op is. Vijf minuten, tien minuten, totdat het besef van tijd vervaagt. De stilte tussen ons voelt prettig, bijna heilig. Dan begint hij te spreken. Zacht maar duidelijk vertelt hij hoe hij zijn baan als nachtportier is kwijtgeraakt, en daarna ook zijn koophuis en zijn gezin. Over hoe hij elke dag probeert niet tot last te zijn. “Ik weet niet meer waar ik bij hoor,” beëindigt hij zijn verhaal, terwijl hij de hond over zijn kop aait. Ik kijk hem aan en antwoord: “Soms is je plaats gewoon naast iemand anders.” 

Vanaf die dag komt hij elke vrijdag. Soms spreekt hij, soms niet. Vaak neemt hij iets mee uit de doos met levensmiddelen die op de tafel in de hoek staat. In mijn verbeelding noem ik hem de ‘ridder van de stilte’, omdat hij iets onverzettelijks heeft. Een waardigheid die niemand hem kan afnemen. Langzaamaan verandert er iets. Op een dag ben ik iets later en zonder een woord te zeggen helpt hij me de stoelen klaar te zetten. Een volgende keer geeft hij de planten water, hij snijdt het brood. De hond volgt hem trouw waarheen hij maar gaat en begroet tussendoor al kwispelend één voor één de andere bezoekers. Zij vragen op hun beurt aan mijn ridder van de stilte of hij mee wil doen met rummikub, of een partijtje schaak. Schaak heeft duidelijk zijn voorkeur. In de loop van de maanden worden zijn ogen steeds helderder. Ze kijken je aan als hij spreekt. Zijn stemgeluid wordt sterker. Had ik nou echt gedacht dat dit altijd zo zou blijven? Was ik zo naïef? De vrijdag na Sinterklaas is hij er niet. En de week erna ook niet. Ik mis hem. En ik ben bezorgd.

Vlak voor Kerst wordt er een grote doos levensmiddelen bezorgd, zonder afzender. Alleen een kaartje: “Van een vriend die ooit koffie met je dronk en door jou heeft geleerd dat hoop soms begint met iemand die in stilte bij je komt zitten”. Ik voel tranen opkomen. Buiten dwarrelt de eerste sneeuw. Het herinnert me eraan wat het betekent om Tempelier te zijn. Hoop is niet luid. Hoop is een stoel die klaarstaat. Een hand die koffie inschenkt. Een glimlach die zegt: “Jij hoort erbij.”

Wat is jouw verhaal of
daad van hoop?

Heb jij een verhaal of daad van hoop dat anderen inspireert? Deel je ervaring en laat zien hoe geloof, liefde en doorzettingsvermogen het verschil maken. Stuur je verhaal in en verspreid hoop!

Verhaal insturen

Deel dit verhaal van hoop