Hoop krijg je van God en van lieve mensen
Oordeel jury: “Een zeer persoonlijk en ontroerend verhaal dat laat zien dat mensen die, zelfs onder heel moeilijke omstandigheden, de hoop niet verliezen perspectief kunnen bieden op een betere toekomst.”
Het ging niet goed met mij, bergafwaarts. Dat klinkt misschien wat vreemd voor iemand zoals ik, die juist opklom naar de hoogste hoogten die een mens bereiken kan, een manische psychose. Ik had iets anders, namelijk grote wonderen en genade, verwacht in dit heilige jubeljaar, niet dit. Voorlopig zou ik niet jubelen, want door de psychose verloor ik de liefde uit het oog, daarom vertrok ik met de noorderzon, liep in mijn blootje door het park en rende op blote voeten door een andere stad.
Iedereen wist dat ik geholpen moest worden, maar ze konden me niet pakken. Op het moment dat ik door Den Bosch liep, gaf mijn geloof me hoop, Maria gaf mij hoop, ik voelde me geleid, dat maakte me gelukkig. Op elke straathoek was een Mariabeeld en ik dacht: zie je nou, God ging me voor en baande mij een weg. Overal waar ik ging, was Maria al geweest, ze had er een beeld achtergelaten. Ik heb huilend op het oorlogsmonument in ons kleine stadje gelegen, er mijn bril nat gehuild en deze, nat van de tranen, samen met mijn slippers achtergelaten. Toen ben ik opnieuw gaan dwalen en heb ik zomaar ergens aangeklopt bij 'vreemden', dacht ik. De mensen die bleken heel vriendelijk en mij wel te kennen en wisten waar ik woonde. Zijn schoonmoeder had bij mij in de straat gewoond, vandaar. Hij bracht me thuis en ging zelfs nog op pad om mijn bril en slippers op te halen.
De politie kon mij pas oppakken toen ik agressief werd, toen werd het tijd: ik werd opgenomen. Ik kreeg medicatie. Dit was afschuwelijk voor me, een ballingschap, zo voelde dat. Ik was ongelofelijk verdrietig, afgescheiden te zijn van mijn man en mijn kinderen en ik miste ze enorm en ik mocht er niet weg. Ik wist niet eens of ik ooit wel weer thuis zou kunnen komen. Ik had namelijk nooit gedacht dat ik het zou aankunnen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik meermaals ongelofelijk boos geweest ben op God. Dan riep ik: 'God, ik geloof niet meer in U.' Maar dat maakte het nog niet waar. Ik kon het niet. Ik kon niet niet geloven in God, maar ik geloofde wel dat Hij me strafte. Geloven in een ballingschap als straf is helemaal niet fijn.
Toen het ernaar uitzag dat ik naar huis mocht waren we allen blij. De dokter vroeg wat ik van de behandeling vond. Hoewel ik het gehaat heb, toch: 'dankbaar'. Ik was zo ziek en bijna dood. Ik bleek al maanden nauwelijks te eten, dat moest ik achteraf van mijn kinderen horen. 'Dankbaar', omdat ik uit de psychose was gekomen en nog leefde. Niet alles was kapot. Mijn man was er nog en mijn kinderen ook. Met nog twee weken zomervakantie gingen we er met het gezin eropuit. Alles was als nieuw en wennen. Ik had maandenlang niets anders dan mijn kamer in de kliniek gezien. Het kostte tijd om te herstellen van 'zo ver weggeweest te zijn'.
Nadien hoorde ik de verhalen van wat er thuis gebeurd was. Mijn man had een app-groep van mensen die de kinderen konden opvangen op de momenten dat hij er voor mij moest zijn. Hij reed bijna dagelijks op en neer naar de kliniek. De liefde en steun die mensen toonden, dat is hoopvol, ze bestaan: lieve mensen die er voor ons wilden zijn.
Toen het weer een stuk beter met mij ging, heb ik een kaartje bezorgd bij de 'vreemden', die me thuisbrachten. Ik moest even zoeken naar hun huis. Ze bleken er enorm blij mee te zijn, want er werd op de deur geklopt terwijl het regende en stormde. Daar stond hij met een appeltaart. Hij bleek bakker te zijn geweest, nu gepensioneerd. Hij kon de lekkerste appeltaarten bakken die er bestaan. Hij zei: 'Je moet vieren dat het nu goed gaat met je, daarom kom ik bij jullie langs.' Hij vertelde over zijn leven, over zijn kinderen en kleinkinderen en over zijn hobby's. Hij bleek een bootje te hebben en nodigde ons uit eens mee te varen. Zo lief!
Lieve mensen geven me hoop. Ik heb hemel en hel gezien vanwege de psychosegevoeligheid: mensenmonsters, die me doodsangsten aanjoegen, maar ook mensen die me liefde als God toonden. Waarom zou ik hoop vinden bij mensen? Ik denk omdat God in hen is. Ik heb de ware barmhartigheid van God ontmoet in mensen. Dat is hoopvol. Zijn wij mensen niet bedoeld voor relatie? Menselijk gedrag is soms vreemd, ziek of te verafschuwen, maar ik kan ook zoveel van mensen houden, dat ik er geen woorden voor heb, alleen gevoel. Verlangend naar relatie met God en mens. Onlosmakelijk met elkaar verbonden: Geloof, Hoop, Liefde.
Wat is jouw verhaal of
daad van hoop?
Heb jij een verhaal of daad van hoop dat anderen inspireert? Deel je ervaring en laat zien hoe geloof, liefde en doorzettingsvermogen het verschil maken. Stuur je verhaal in en verspreid hoop!