Bezoekwerk
Eén van de taakvelden van het kerkelijk werk is het pastoraal en diaconaal bezoekwerk. Voor vrijwilligers die bezoekwerk doen was er eerder dit jaar een impulsdag in het bisdom Rotterdam.
“Ik wist van tevoren niet wat ik ervan moest verwachten. Ik was heel benieuwd hoe ik het zou ervaren.” Hans (58) bezoekt sinds twee jaar iemand in de gevangenis in Alphen. Elke twee weken gaat hij er langs. “Ik dacht er al langer over na, maar het kwam er niet van. Tot ik een keer bij een oecumenische viering was, waar het ging over de werken van barmhartigheid. Er ging een mandje rond waar iedereen een papiertje uit kon halen met een werk van barmhartigheid. En ik trok: de gevangenen bezoeken.”
Gezien worden
Het voelde als meer dan toevallig. Via Exodus, een stichting voor opvang en begeleiding aan (ex-)gedetineerden en hun naasten, kwam Hans in contact met een gedetineerde in de Penitentiaire Inrichting in Alphen. “Het is bijzonder om mee te maken”, zegt hij. “Ik ben als bezoeker geen onderdeel van het gevangenissysteem. Ik ben niet een van de professionals die er werken. Daarom is het op een eigen manier waardevol als ik op bezoek kom.”
“De ontmoeting en gesprekken verrijken me”, zegt hij. “Stichting Exodus ondersteunt je met handvatten en er zijn ook trainingen waarbij je andere vrijwilligers ontmoet”, vertelt Hans. Het bezoekwerk heeft volgens Hans met hoop te maken: “Wanneer mensen niet gezien worden, vragen ze zich af: waarom ben ik hier op deze planeet? Maar wanneer mensen er voor elkaar zijn, is er meer hoop om voor te leven. Hoop is het vertrouwen dat er een betere toekomst is en het vertrouwen dat er mooie dingen blijven in het leven. Zelfs binnen de muren van een gevangenis. Ik hoor bijvoorbeeld wel eens dat mensen het fantastisch vinden als ze een mooie viering hebben gehad in de gevangenis. Er is levensvreugde geweest en dat geeft iets om weer naar uit te kijken.”
Ervaar het
Bij de lunch zitten Anne Noordemeer uit Katwijk en Maria Broek uit Ridderkerk naast elkaar. Anne brengt de ziekencommunie rond, onderhoudt contact met nabestaanden en doet algemeen bezoekwerk. Maria is ziekenbezoekster. “Ik doe dit vrijwilligerswerk nog maar een half jaartje”, vertelt ze. “Voor mij is alles nieuw. Het voelt alsof ik in het diepe gegooid ben. Maar ik leer veel. En het is mooi werk. Ik zou het mensen zeker aanraden. Probeer het gewoon. Ervaar het.”
De inleiders op de impulsdag geven veel informatie en tips. Zo vertelt Hein Steneker over de manier waarop je kunt luisteren met al je zintuigen. “Luisteren doe je met je oren. Het is heel belangrijk dat je goed hoort wat er gezegd wordt”, zegt hij. “Maar het gaat ook om je ogen: zie je wat er gebeurt en herken je emoties? En ook je mond doet mee als je mensen teruggeeft wat je hen hebt horen vertellen. Dat is heel belangrijk, omdat je daarmee laat merken dat je iemand echt hebt gehoord. Je bent dus met al je zintuigen aanwezig en veel meer dan ‘een luisterend oor’.”
Luisteren
Voor Maria is het een van de dingen die ze van deze dag meeneemt: “Luisteren, aandacht en tijd nemen en liefde uitstralen. Ik heb geleerd hoe ik nog beter aandacht kan geven en ook meer open vragen kan stellen. Omdat ik nog maar kort bezoekwerk doe, kom ik bij de meeste mensen nu voor de eerste keer en is het vooral kennismaken. Maar later en als de situatie zich ervoor leent wil ik ook het geloof ter sprake proberen te brengen. Anne heeft me daar vandaag bij geholpen. Als het bij je past en als het bij de situatie past kun je gewoon over geloof spreken. Ik dacht: daarvoor moet ik een enorme bijbelkennis hebben. Want stel dat mensen iets zeggen of iets vragen en ik moet toegeven dat ik iets niet weet? Maar dan kan ik natuurlijk naar iemand anders verwijzen. Ik hoef het niet alleen op te lossen. Deze dag heeft me meer vertrouwen gegeven.”
“Mij gaf deze dag weer inspiratie”, vult Anne aan. Ze vindt het belangrijk om bezoekwerk te doen. “Jezus is mijn grote voorbeeld: zijn zoals Hij. Daarom is aandacht hebben voor elkaar belangrijk. Door het bezoekwerk geef je mensen hoop, omdat er iemand is die naar ze luistert. Ze voelen dat ze niet alleen zijn, dat er iemand naast ze staat. En je kunt mensen ook zeggen: er staat Iemand met een hoofdletter naast je. We zijn allemaal Gods kinderen. Je geeft mensen hoop, omdat ze merken dat ze kunnen delen wat ze bezighoudt, ze zitten er niet alléén mee, bijvoorbeeld de hoop op een rustig uiteinde, dat je daarover met ze in gesprek gaat.”
Een vlammetje
“Zonder hoop hou je het niet vol in je leven. Hoop is het vlammetje waarop je loopt”, vertelt Anne. “Ik hoop dat de Heilige Geest me blijft inspireren. Als je te maken krijgt met verlies, merk je dat het vlammetje lager wordt en dat je heel hard moet bidden om opnieuw vertrouwen te krijgen. Dan merk ik dat het belangrijk is dat je de Kerk hebt en daar steeds God weer mag vinden. Telkens mag ik daar weer komen en het weer ervaren.”
In zijn bul voor het Heilig Jaar “Pelgrims van hoop” vraagt paus Franciscus om concreet hoop te geven aan gevangenen, zieken, jongeren, migranten, ouderen en armen (Spes non confundit nrs. 10-15). Het bezoeken van mensen in moeilijke omstandigheden is een werk van barmhartigheid: “Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht” (Matteüs 25). De impulsdag pastoraal en diaconaal bezoekwerk werd verzorgd door Emile Boleij (geestelijk verzorger in het Maasstad Ziekenhuis Rotterdam en diocesaan gedelegeerde voor het categoriaal pastoraat) en Hein Steneker (medewerker kerkopbouw en pastoraat oude wijken in Rotterdam-Delfshaven).
Wat is jouw verhaal of
daad van hoop?
Heb jij een verhaal of daad van hoop dat anderen inspireert? Deel je ervaring en laat zien hoe geloof, liefde en doorzettingsvermogen het verschil maken. Stuur je verhaal in en verspreid hoop!